
In sommige loopgroepen hebben renners een bijnaam. ‘De plakker’ loopt tijdens wedstrijden altijd achter zijn concurrenten om ze vlak voor de finish in te halen. ‘De lifter’ is een keer achter op een scooter terug naar de start gereden. Voor ‘de wandelaar’ gaat het soms te snel. Er zijn ook exotischere bijnamen, zoals ‘de pornosnor’ en ‘de banaan’. Deze laatste erenaam behoort toe aan een renner die steevast rond kilometer vijftien een banaan uit zijn legging haalt en opeet.
We hebben ook een renner in de loopgroep gehad die ‘de poeper’ wordt genoemd. Hij loopt tijdens trainingen vaak een stukje vooruit en verdwijnt dan in de bosjes. Als de trainer een versnelling inzet, zien we witte billen tussen het groen.
De renner en zijn behoefte. Het is een dingetje.
Een voorbeeld:
Ik liep met een klein groepje een lange duurloop. Geen wedstrijd, maar een testloop. We hadden vrienden en familie gevraagd om langs de kant te staan met water. Voeding hadden we zelf mee. Geen banaan in een legging, maar gelletjes tjokvol koolhydraten. Een week voor de testloop brak er paniek uit in de WhatsApp-groep. Alle deelnemers hadden gelletjes thuis liggen waarvan de houdbaarheidsdatum was verlopen. De sportvoeding was voor de eerste lockdown aangeschaft voor wedstrijden die alle waren gecanceld. Niemand durfde het aan om de verlopen gelletjes mee te nemen: ‘Stel je voor dat je aan de racekak gaat…’
De poeper is altijd op tijd en heeft steevast toiletpapier mee. De onervaren kakkende renner wordt verrast door zijn eigen inboedel en moet het doen met takjes of blaadjes. Als hij al op tijd is. Hoe vaak heb ik het langs de benen naar beneden zien lopen bij renners? Soms hebben ze het zelf niet door en blijven ze doorgaan, alsof ze een speurtocht aan het uitzetten zijn.
Een andere nachtmerrie: enige jaren geleden, tijdens de Marathon Rotterdam, moest een renner uit plots poepen. Hij had geluk: er stond een Dixi langs de kant. Maar toen hij zijn behoefte had gedaan, lukte het hem niet meer om de Dixi te openen. Het slot zat vast. Hij rammelde aan de deur, bonkte ertegen, begon te schoppen. Hij beukte zelfs zo hard dat de Dixi bijna kantelde. De seconden tikten weg, werden minuten. Uiteindelijk lukte het de renner om zichzelf te bevrijden van zijn uitwerpselen, maar zijn hartslag zou de rest van de wedstrijd niet meer omlaaggaan.
De tour kun je in bed winnen, de marathon kun je in een Dixi verliezen.
Recente reacties